De stilte van het hart

In de meest afgelegen woning, op een eiland, wanneer ieder gerucht weggevallen is en elke uitwendige commnicatie ophoudt, kan het binnenin nog erg lawaaierig zijn. Je innerlijke ruimte is misschien een rumoerige kroeg. Rond de grote tafel zitten een boel luidruchtige gasten. Kijken we maar even rond.

Vooreerst je verstand, de voorzitter van het gezelschap. Het verstand is het vermogen van de innerlijke nieuwsgierigheid. Het speurt en onderzoekt, redeneert en oordeelt, maakt plannen en bedisselt. Het volgt alle ontwikkelingen op de voet. Bij elke gebeurtenis pakt het, zoals de reporter ter plaatse, de microfoon en voorziet de feiten van commentaar, analyseert ze met veronderstellingen en vooruitzichten en houdt zich gereed om bij de minste evolutie in de situatie prompt weer aan de lijn te komen. Maar zelden is het stil.

Aan zijn rechterzijde zit mijnheer de wil. Mijnheer de wil is een rusteloze wroeter. Hij is de energieke duivel-doet-al die nooit zijn prooi lost. Hij zal doorzetten, veroveren of behouden. Hij wil zich laten zie, presteren, slagen, succes oogsten. Hij denkt en spreekt in werkwoorden. De wil wil er altijd komen. Als hij iets in zijn hoofd heeft... Maar zelden is hij stil.

Aan de linkerzijde van het verstand zit mevrouw de verbeelding. Zij is uiterst handig in het opnemen en afdraaien van filmen. Beelden, het ene na het andere. Herinneringen uit het verleden. Ficties naar de toekomst toe. Bewonderenswaardig hoe zij kleine zaken weet op te blazen en zich het onmogelijke voor kan stellen. Ze bouwt luchtkastelen dat het een plezier is. Als een koningin wandelt zij rond in de domeinen van haar dromen. Ook zij is zelden stil.

Naast deze drie grote gasten zitten nog een hele troep humeurige kinderen aan tafel: onze gevoelens. Grillig zijn ze, veeleisend, zo gauw weerbarstig, heel emotioneel.

Hun namen: sympathie, antipathie, verlangen, vrees, vreugde, verdriet, hoop, vertwijfeling, jaloersheid, woede, ontgoocheling, bitterheid, wrok ... Wij noemen ze 'harts-tochten", want zij willen het hart voor zich winnen en het meesleuren op hun tochten.

Al deze kinderen hebben nog iets gemeenschappelijks: ze hebben aan stilte een broertje dood.

Pas wanneer al deze grote en kleine gasten bereid zijn om te zwijgen en te luisteren, komt de meest bescheiden inwoner van onze innerlijkheid te voorschijn en gaat aanzitten: ons hart. Ons hart is de kryptos tès kardios anthrôpos, "de verborgen mens van het hart". Het is onze persoonskern, het punt waar God ons het liefst ontmoeten wil en waar het hart van Christus zelf als bron van "levend water" wil worden voor wie geloven. Als het te druk is in huis, komt het hart niet aan het licht. Het houdt zich op afstand, zoals het opgeschrikte hert in het woud blijft.

Uit: "In de stilte hoor je méér" van Koen De Meester.